2005
11.25
Category:
txt /
Tags: no tag /

Oude vriend Nicolai stuurde me bovenstaande foto. Die drummer, dat ben ik. Het was mijn eerste bandjeservaring. Ter gelegenheid van de “Bonte avond” aan het einde van het schooljaar hadden Nicolai, artiestennaam Ko’kai, Gerwin, Robbert en ik een paar nummers ingestudeerd die oorspronkelijk door Ko’kai zelf, op zijn Prince, geschreven, ingespeeld en opgenomen waren op tapes die nu waarschijnlijk duizenden euro’s waard zijn. Ko’kai zag toen al in dat kijken naar een live optreden van een man met een keyboard net zo opwindend is als kijken hoe het gras groeit, dus hij besloot ons erbij te sleuren en een band op te richten. Een gelegenheidsband, want we zouden maar één keer optreden.
Nicolai en Robbert waren de enigen die een instrument konden bespelen. Robbert had een zelfgemaakte gitaar, en Nicolai een akoestische gitaar en zijn genoemde keyboard. Dus kroop ik achter het drumstel, en Gerwin ontfermde zich over de koebel. Christopher Walken zou trots op ons geweest zijn.
Ik geloof dat we drie nummers gespeeld hebben. Gerwin en ik, of in ieder geval ik, wisten dat we op een podium niets te zoeken hadden – om ons dus niet helemaal belachelijk te maken had ik een koptelefoon op mijn hoofd gezet, en Gerwin droeg een baret en een zonnebril die groter was dan hijzelf. Ik weet niet meer hoe het optreden ging, of hoe de reacties erop waren, alleen dat ik doodzenuwachtig was en vond dat ik er niks van bakte.
Na het optreden kwam Peter van Serious Desire naar me toe. Peter was een geweldige gitarist die The Edge’s riffs perfect kon naspelen (hey, The Joshua Tree was nog niet uitgekomen en je kon toen nog gewoon hardop zeggen dat U2 een geweldige band was), en Serious Desire was in 1986 tweede geworden bij de Grote Prijs van Nederland, het jaar dat de nu legendarische band Longstoryshort eerste werd en Loïs Lane voor het eerst van zich liet horen. Ze waren hun drummer kwijt, en hij vroeg of ik niet bij de band wilde komen. Volgens mij heb ik alleen maar hysterisch gelachen.
Van Serious Desire heb ik daarna nooit meer wat gehoord.
2005
11.24
Category:
txt /
Tags: no tag /
Ik kreeg een sms’je. “Turmix r.i.p.” Meer niet. Een schok en een golf aan herinneringen waren mijn deel.
Kike Turmix dood, en dit keer voor het eggie. Een paar jaar geleden deden geruchten al de ronde als zou hij na een hartaanval zijn plek naast de duivel en GG Allin hebben ingenomen. Maar dat bleek geklets. Dit niet.
Ik kwam er vervolgens achter dat hij al in oktober is overleden, vier dagen nadat een Madrileense dokter hem verteld had dat hij een groot kankergezwel had op de plek waar vroeger zijn lever zat.
Turmix speelde een rol in mijn jaren in Madrid. Ik woonde bij hem om de hoek en kwam meerdere malen per week met hem in aanraking, hetzij in de Tupperware in Malasaña waar hij platen draaide (“en niet deejayde!”, schreeuwt hij ouderwets in mijn oor), hetzij in een van de andere gruizige holen die de roemruchte wijk rijk is, of gewoon in werk-gerelateerde situaties, als ik concurrerende platendistributeurs bezocht waar hij dan toevallig ook altijd net op bezoek was, de aanwezigen telkens weer verbazend met zijn met ontelbare scheldwoorden en schunnige grappen doorspekte verhalen. Punk as fuck was de man, en in die dagen ook erg aanwezig als schreeuwlelijk bij The Pleasure Fuckers, waarvan de toenmalige drummer nog een blauwe maandag bij GG Allin in de band had gespeeld, of zo werd gezegd.
Een mooie herinnering is de keer dat hij bij ik weet niet meer welke Amerikaanse hardcoreband op het podium sprong om een nummer mee te schreeuwen, een van zijn handelsmerken, en bij het stampen om zijn geloei nog wat extra kracht mee te geven, pardoes door het podium van de Revolver zakte. Het was een koddig gezicht om die dikke daar vast te zien zitten, en het gejoel was oorverdovend toen hij onder het podium door moest om weer in de zaal plaats te nemen.
Nog een mooie herinnering: Kike Turmix die in een enorme draaistoel midden in zijn woonkamer zit, en vanuit die positie overal bij kan. Links de platenkast, rechts de platenspeler, en hij hoeft niet op te staan om de ene na de andere punkrockplaat op te leggen. “Heb je honger?”, vraagt hij, en zonder mijn antwoord af te wachten buldert hij richting keuken, waar zijn vrouw Marga is, om een paar gebakken eieren – vier voor hem, twee voor mij.
¡Agur, Kike!
The Pleasure Fuckers – Malasaña Mama
2005
11.12
Category:
txt /
Tags: no tag /
Boduf Songs‘ Boduf Songs, uit op Kranky, duurt maar 29 minuten en een beetje, maar wat een fijn halfuurtje. Mooie, regenachtige liedjes, met zachte stem gezongen, met zijden vingers gespeeld.
Volgens Kranky doet het album de luisteraar denken aan een zonnige Engelse namiddag, met een omineuze zweem van naderende wolken.
Mij doet het vooral denken aan ‘Scarborough Fair-canticle’ van de The Graduate-soundtrack van Simon & Garfunkel.
2005
11.11
Category:
txt /
Tags: no tag /
Ik moest mijn verlopen paspoort inleveren en een neiuwe aanvragen. Na vele omzwervingen (vijf jaar in Antwerpen en nog altijd verdwaal ik hier, het geeft te denken) had ik eindelijk het Nederlands Consulaat-Generaal gevonden, een typisch overheidskantoor met een wachtruimte, een nummertjestrekmasjien en drie of vier loketten. Ik trok mijn nummertje, viste het aanvraagformulier uit de aanvraagformulierenbak, vulde het in met een pen die met een kettinkje aan de tafel bevestigd zat en zette mij. Ik zag de lichtkrant. “Paspoortaanvragen: vul EERST het formulier in, neem DAARNA pas uw nummer”, stond er. Te laat.
Er was nog een tiental andere mensen in de ruimte. Het was een beetje kil, en ik wachtte gelaten op mijn beurt. Ik zou te laat op mijn werk komen.
De stilte werd af en toe onderbroken door de loketjuffrouw die de nummers afriep en hier en daar wat geroezemoes, waarbij de Nederlandse accenten me meer dan anders opvielen. “Ah, Holland”, dacht ik net, toen links van mij een vrouw met een dikke Moerdijkse tongval tegen haar metgezel zei “Toch best gezellig he, zo met allemaal Nederlanders bij elkaar.”
2005
11.06
Category:
txt /
Tags: no tag /
Volksopvoeding, ik kan er wel een paar bedenken die een stoomcursusje of twee kunnen gebruiken. De bakkeres bij ons om de hoek bijvoorbeeld. Of tenminste de kleinste van de drie hoofdbakkeressen die in de winkel staan. 1m50 hoog, maar die hoogte is omgekeerd evenredig aan de beleefdheid die deze mevrouw tentoon spreidt. Al vele malen heb ik mij geërgerd aan haar botte gedrag. Het opzichtig zuchten en de ogen ten hemel slaan als een bestelling naar haar zin niet snel of adequaat genoeg wordt gedaan zijn me een gruwel, maar ook het opgedreunde en duidelijk niet-oprechte “jadatisgepastvriendelijkbedanktmeneerprettigedagverderbedanktjadahaag” doet me willen dat ik wat meer van de aard van mijn in deze contreien om hun verregaande boertigheid zo terecht gehate landgenoten had, en ik de moed had mijn enorme lichaam over de toonbank heen te buigen, het kreng met mijn rechterhand bij de strot te vatten en het met een stevige linkse hoek dwars door de etalage te rossen, de straat op, alwaar zij, gelegen tussen de scherven van de forse, voormalig dubbele beglazing, waarvan er één geheel toevallig doch met akelige precisie haar halsslagader heeft opengesneden, haar laatste adem bepaald onflatterend rochelend uitblaast.
Maar ook ik schaam me voor en erger me aan de verregaande boertigheid van mijn landgenoten en zeg zo vriendelijk als ik kan gedag. Om de volgende dag dezelfde marteling te ondergaan, en de dag daarna. Want dat brood en die croissants zijn me dat waard. Het leven is oneerlijk.