2007
02.28

7-inch serie, deel 22

(Deel 21: hiero)
Babes In Toyland – Dust Cake Boy / House
label: bootleg (Treehouse / Sub Pop)
jaar: 1989/1990
kant a 1: Dust Cake Boy
kant a 2: Spit to See the Shine
kant b 1: House
kant b 2: Arriba
  
De twee eerste singles van Babes In Toyland uitgebracht als een single, volkomen illegaal maar daarom niet minder goed. Geweldige band die ik voor het eerst zag als voorprogramma van Sonic Youth in Vredenburg, ik meen in 1988. Ik was zwaar onder de indruk, van hun muziek en kracht, maar ook van de bassiste, Michelle Leon. Ik heb het natuurlijk sowieso voor bassistes, op het belachelijke af. Ik bedoel, ik vond Kim Gordon hot, terwijl die helemaal niet zo hot is, zonder basgitaar om d’r nek.
Maar ik dwaal af. Ik heb Babes In Toyland later nog vaak gezien, en kocht al hun cd’s (et ego). Ik heb ze ook nog geïnterviewd, voor Beat Generation, een Spaans blaadje dat niet meer bestaat. Het was ‘s ochtends aan het ontbijt in hun hotel in hartje Madrid. Ze zouden ‘s avonds spelen in Revolver en ze hadden voor het eerst in lange tijd behoorlijk geslapen. Ze waren op tour in een busje en Lori Barbero, de drumster en meest sympathieke van het stel, zei dat het haar behoorlijk de keel begon uit te hangen omdat het zo stonk in de auto, en omdat ze alle cassettebandjes al eens gehoord hadden. Het gesprek kwam toen op Kyuss, en ze vervloekte zichzelf dat ze geen tape had meegenomen van Blues for the Red Sun, dus ik bood aan het voor haar te tapen, dan zou ik het ‘s avonds aan haar geven.
Toen ik het tussen twee nummers door naar haar gooide, stopte ze het in haar laars, knipoogde en speelde lustig door. Achteraf sprong ze om mijn nek en omhelsde ze me met die boomstammen van armen van haar totdat ik bijna stikte. Ik vraag me af of dat bandje nog afspeelbaar was, na een uur in de bezwete laars van die vrouwelijke Animal.
De bassiste was toen overigens al niet meer Michelle Leon (die had de band verlaten toen haar man Joe Cole werd doodgeschoten) maar Maureen Herman, ook mooi maar nogal een droge. Het was een mooi stel: droogkloot Maureen, hypere Lori en dan Kat Bjelland die haar voornaam eer aandeed. Zo een die andere probeerde te intimideren door altijd te cynisch te zijn, maar dat er dan binnenin een heel klein bang meisje zat, kent u dat?
Babes In Toyland – Bruise Violet
label: Southern
jaar: 1992
kant a: Bruise Violet
kant b 1: Magick Flute
kant b 2: Gone
  
“Bruise Violet” komt van Fontanelle, hun tweede studioalbum dat uitgebracht was op Reprise, een major. Dat was toen nog vrij bijzonder, zo’n lawaaiige band op een major label. Eigenlijk was dat toen net begonnen, die grote commercialisering van wat in jargon “alternative” genoemd werd. Eerst Sonic Youth, daarna Nirvana en dus ook bands als Babes In Toyland, die nooit zo doorgebroken zijn, daar waren ze toch net iets te stug voor denk ik. Hoewel ze in 1993 wel de hoofdact waren tijdens Lollapalooza.
Veelal wordt aangenomen dat het nummer een aanval is op Courtney Love, die met Kat in een paar bands had gezeten (in de eerste daarvan zat ook Jennifer Finch, die later L7 vormde). Kat ontkent dat echter en zegt dat Violet zowel Love’s als haar muse was.
Op de B-kant staat “Gone”, opgedragen aan enkele dode vrienden, waaronder Joe Cole. Behalve de man van de bassiste en roadie van Black Flag en later de Rollins Band, was hij ook de beste vriend van Henry Rollins. Ik herinner me een interview met Rollins waar ik bij mocht zijn in Paradiso. Het interview werd gedaan door Hans de Nijs, mijn collega bij Amsterdam FM die me een beetje onder zijn hoede nam. Het gesprek kwam op Joe Cole, die voor de ogen van Rollins werd doodgeschoten door een paar inbrekers. Rollins vertelde dat hij thuis een pot aarde had staan met stukjes van Cole’s kapotgeschoten schedel en barstte in huilen uit. Ik wist niet waar ik kijken moest. Dat stukje is niet uitgezonden in Hans’ programma.
Maar ik dwaal af.

2007
02.27

7-inch serie, deel 21

(Deel 20: hiero)
Atom Rhumba – Bad Record
label: Alehop!
jaar: 1997
kant a: Bad Record
kant b: No Square
atomrhumba.com | myspace.com/atomrhumba

Alehop! is het label van Murky en Eva, twee voormalige collega’s bij de dochter van de reeds eerdergenoemde West-Friese platendistributeur. Eva was de drumster bij Solex toen ik daar de vocalen voor mijn rekening nam, tegenwoordig speelt ze gitaar (omdat Solex geen drummer meer heeft). Solex zijnde de Spaanse Solex, trouwens, niet de Solex uit Amsterdam.
Alehop! is gespecialiseerd in “onevenwichtige bands”, zoals ze het zelf zeggen op hun website (klik op Alehop! in het linkerrijtje). Atom Rhumba uit Bilbao is daar een van. Dit is mijn favoriete garagerocksoort, type The Cramps, Blues Explosion, u kent het wel. Luid, rammelend aan alle kanten met een beetje slecht en daarom heel goed geluid. Het hoesje van deze single is in het echt trouwens matglanzend zilverkleurig, maar dat zie je dus niet zo goed op een computerdscherm.
Behalve een track op een Alehop!-verzamelaar La Cagarruta Sónica (wat zoveel betekent als “sonische diarree”) heb ik geen platen van deze band, en daar moet snel verandering in komen, besef ik nu.
De band is redelijk bekend geworden in Spanje, en het bandgeluid is, hoewel nog altijd goed, een stuk gepolijster geworden. Hun nieuwe videoclip:

2007
02.26

7-inch serie, deel 20

(Deel 19: hiero)
Atari Teenage Riot – Deutschland Has Gotta Die!
label: Digital Hardcore/Grand Royal
jaar: 1995
kant a: Deutschland Has Gotta Die!
kant b 1: Riot 1996
kant b 2: Riot Sounds Produce Riots
myspace.com/atr922000

Groot lawijt uit Berlijn. Alec Empire, Hanin Elias en Carl Crack (overleden in 2001) maakten enerverende digitale hardcore, wat ik wel een goedgekozen etiket vind. Ik heb deze vaak gedraaid als ik in springendejeugdtenten als de Chill Out (zo heette het echt) in Madrid stond, dat ging erin als koek. Deze single is er een in een serie van vier die door Beastie Boys’ alweer een paar jaar kapotte label Grand Royal gelicenseerd werden van Empire’s Digital Hardcore (de andere waren van EC8OR, Alec Empire en Shizuo).
Ik meen me te herinneren dat ik ze wel eens live heb gezien, maar zeker weten doe ik dat niet. Ik kan me nog wel een ander optreden herinneren van een soortgelijke act, in Utrecht. Het was een avond georganiseerd door de Jungle AAA (Jungle Association of Autonomous Astronauts), die de jungle (als in drum’n'bass) wilden vervolledigen door het de ruimte in te nemen. De belangrijkste gastspreker was niemand minder dan Chriet Titulaer! Chriet Titulaer! Wondere Wereld! Van zijn spreekbeurt herinner ik me niets, maar ik weet nog wel dat we buiten stonden voor de AKU, en mijnheer Titulaer demonstreerde het dashboard van zijn Volvo, dat uitgerust was met allerlei moderniteiten als GPS en dergelijke.
Maar ik dwaal af. Digitale hardcore, dusch. De b-kant is een soort psychedelische rock die ik nu beter vind dan de a-kant. Ouwe lul. Als bonus is er ook nog een oproep om te vechten tegen de staat.

2007
02.25

7-inch serie, deel 19

(Deel 18: hiero)
Various Artists – Astral Angora
label: Nana
jaar: 1994
kant a 1: Golden Starlet – Hot Stuff
kant a 2: Pink Kross – Velocababy
kant a 3: Helen Love – The Girl about Town
kant b 1: Lung Leg – Chop Chop
kant b 2: Avocado Baby – I Just Want to Fuck with You
kant b 3: The Phantom Pregnancies – Ants in Your Pants II

De enige plaat die ooit op Nana Records is verschenen, volgens mij. Ik kan me vaag een gesprek herinneren met het meisje dat het label gestart had, de afspraak die ik met haar maakte om de single te distribueren in Spanje. Ze had een brilletje en ze zag eruit zoals je zou verwachten dat iemand eruit ziet die Nana heet. Niet dat ze Nana heette, maar goed. Ze zag eruit als een Nana. Wat wel vervelend was, want elke keer als ik haar daarna sprak noemde ik haar Nana. In het begin vond ze het nog grappig.
Ik heb de versie met de groene hoes, er is er ook een met een rode. Als ik dat had geweten had ik die ook gekocht, maar ik kom er net pas achter. Verdomme.
Op het singeltje zes meisjesbands die recht uit de garage leken te komen. Leuke, wilde liedjes met een duidelijke popinslag. De meesten, toch. Er is een bandje waar een jongetje op meezingt, Avocado Baby.
Niet de rapper uit Seattle, maar een band uit Newcastle die in 1995 of 1996 uit elkaar is gegaan. Twee van hen, die er ook het Slampt-label op na hielden, hebben tot vorig jaar gespeeld in Red Monkey.
Golden Starlet (uit Newcastle) veranderde later hun naam in International Strike Force, hun versie van Donna Summers “Hot Stuff” is leuk maar weinig opzienbarend. Volgens mij bestaan ze niet meer, maar het kan zijn dat ze gewoon een Aboriginaltje gedaan hebben, natuurlijk.
Pink Kross heeft een website, maar die is niet meer geüpdated sinds 2005. Ze worden wel heel vaak genoemd op MySpace in profielen van mensen.
Helen Love bestaat nog altijd. Ze zitten tegenwoordig op Elefant Records, die ik ook nog ken uit mijn tijd in Spanje. Kleine wereld.
Hier nog een video van hun hitje “Long Hot Summer”:

Lung Leg (Glasgow) is in 1999 opgehouden te bestaan.
YouTube!

The Phanton Pregnancies waren volgens de inlay al uit elkaar toen de single verscheen, maar ze zijn toch op MySpace te vinden. Blijkbaar is, of was, het een “supergroep” bestaande uit leden van Huggy Bear, Wat Tyler en Mambo Taxi.
Woehoe! Een hele post met zes mp3′s van punkmeisjes en ik heb niet één keer de vreselijke term “riot grrrls” genoemd!
D’OH!

2007
02.24

7-inch serie, deel 18

(Deel 17: hiero)
Twee singeltjes van de Noord-Ierse band Ash, gekocht toen ze uitkwamen met medewerkerskorting van de distributeur.
  
Ash – Kung Fu
label: Infectious
jaar: 1995
kant a: Kung Fu
kant b 1: Luther Ingo’s Star Cruiser
kant b 2: Day of the Triffids
ash-official.com | myspace.com/ash
“Kung Fu” heb ik dubbel. Een keer gewoon gekocht, de tweede omdat die als bonus bij de vinylversie van de eerste langspeler Trailer zat. Het titelnummer is een fijn punkpopnummertje à la Ramones – met een riff die veel lijkt op die van “I Don’t Wanna Go Down to the Basement”. De b-kant verschilt per single: op de ene staat “Luther Ingo’s Star Cruiser”, op de tweede (de single die bij Trailer zat) “Day of the Triffids”. Beide zijn voorbeelden van de iets ruigere kant van Ash, en de tekst van de eerste was nogal anders dan die van hun andere nummers. Op de cd-single staan ze alledrie samen. “Kung Fu” is overigens getrokken van het tweede album 1977.

De hoes is een foto van de beroemde karatetrap die Eric Cantona uitdeelde aan een toeschouwer die hem volgens hem racistisch bejegend had. Check de “persconferentie” die de Man Unitedvoetballer later gaf. Het enige dat hij te melden heeft is “when the seagulls follow the trawler it’s because they think sardines will be thrown into the sea”. Top that, Jopie Cruijff!

Maar ik dwaal af. Ik heb Ash verder nooit zo gevolgd, ik vond het na Trailer allemaal wat minder worden, braver. Het enthousiasme leek er een beetje af.
Ash – Goldfinger
label: Infectious
jaar: 1996
kant a: Goldfinger
kant b 1: Oh Yeah
kant b 2: T. Rex
Deze single (waar ik alleen een blanco hoesje voor heb) komt ook van 1977. Maar ik vind hem een stuk minder dan “Kung Fu”, waarvan ik denk dat die meer bij de periode van Trailer hoort dan bij die van 1977. “Goldfinger” is nog wel te pruimen, “Oh Yeah” vind ik niks. Een beetje mislukte poging om “mooi” te zingen, en die strings erbij, en die gitaarsolo, dat klinkt allemaal voor geen meter. “T. Rex” is dan weer wel leuk, opnieuw zo’n Ramonesachtig liedje van minder dan drie minuten.
Ik dacht eigenlijk dat Ash niet meer bestond, maar ze zijn gewoon nog bij elkaar, en brengen dit jaar een nieuwe plaat uit. Op hun site kun je alvast gratis “I Started a Fire” downloaden. Best een leuk nummer, maar het haalt het niet bij Trailer en “Kung Fu”.

2007
02.23

7-inch serie, deel 17

(Deel 16: hiero)
Arbeid Adelt! – Spannend
label: Virgin
jaar: 1990
kant a: Spannend
kant b: Hond
myspace.com/arbeidadelt

Ik weet niet meer waar en wanneer ik deze gekocht heb. Het moet in mijn schooltijd geweest zijn, toen ik met o.a. Gerwin en Nicolai regelmatig in het Keeskaffee in Rijsbergen naar veelal Belgische bandjes ging kijken. Uitbater Kees had het nogal voor Belgische bandjes, dus zagen wij op dat piepkleine podiumpje (nog kleiner dan in het filmpje hieronder!) in dat niet al te grote café bands als The Yéh Yéhs (Bart Peeters, Hugo Matthijssen en Marcel Vanthilt) en Politics Of Experience (die later nog een lp uitbrachten op KK Records) langskomen.
Oprichter Marcel Vanthilt (alias Max Georg Alexander) zat met Luc Van Acker (o.a. Revolting Cocks) en Jan Vanroelen (alias David Salomon, het andere stichtend lid) in de band toen ze deze single maakten, iemand die er ook nog bij heeft gezeten is Dani Klein, de zangeres van Vaya Con Dios. Deze single is lang niet zo bekend als “Lekker westers” of “De dag dat het zonlicht niet meer scheen”, en ook lang niet zo goed. De b-kant is al helemaal niet om over naar huis te schrijven. Hij komt van het album Des duivels oorkussen, wat ik een mooie titel vind voor een plaat, want een mooie uitdrukking. “Ledigheid is des duivels oorkussen”. Als je niks te doen hebt ga je al gauw rotgeintjes uithalen. Mooi hoor. Net als “arbeid adelt”, trouwens. Hard werken is goed voor je. Hangt ook samen met die ledigheid, natuurlijk.
Maar ik dwaal af. Het album Des duivels oorkussen dusch. De plaat die ze opnamen nadat ze een jaartje uit elkaar waren geweest. En zoals dat gaat, en ook hoort bij reünies, het leidde allemaal nergens toe. Nog een jaar laten was het definitief voorbij. Arbeid Adelt! kende een paar jaar geleden nog een kleine (internationale) opleving, qua faam dan, doordat 2 Many DJ’s hun track “Death Disco” (een cover van PILs “Fodderstompf”) gebruikte voor “2 Many dj’s, Soul Wax pt.2″.
Ik heb verder weinig met dit nummer, noch met Arbeid Adelt!, hoewel ik ook nog de lp Le chagrin en quatre-vingts heb en “Lekker westers” een heel leuk nummer vind. En Marcel Vanthilt is een buurman, zo’n beetje. Een vriendin zei me dat hij vindt dat mensen malkander weer moeten groeten op straat, dus de keer daarop dat ik hem tegenkwam terwijl hij die hele harige hond van hem uitliet, zei ik “dag meneer Vanthilt”, maar hij hoorde me niet, denk ik. Hij zei in ieder geval niks terug. Hij zag er nogal slaperig uit.
Hier nog dat filmpje van eerder:

2007
02.22

7-inch serie, deel 16

(Deel 15: hiero)
Jo Apps – Kausikan
label: Planet Mu
jaar: 2006
kant a: Kausikan
kant a: Kausikan (45 rpm)
kant b: Kawaii Guy
kant b: Kawaii Guy (45 rpm)
myspace.com/joapps

Ik vond dit singeltje toen ik al bijna aan het afrekenen was. Nooit van gehoord, maar het is uitgebracht op Planet Mu dus wilde ik het wel horen. Een fijn midtempo dingetje op de a-kant met een zware beat, een nog zwaardere bass en een hoop gepiep en getingel, en een hortende en stotende uptempo breakbeat met mooie pianosample en duistere atmosfeer op de b-kant – wat kan een mens zich nog meer wensen?
Wat denk je van een lome stomper op de a-kant met een zware beat, een nog zwaardere bass en een hoop gepiep en getingel, en een hortende en stotende midtempo breakbeat met mooie pianosample en duistere atmosfeer op de b-kant? Want jawel, deze single klinkt goed op zowel 45 als 33 toeren! Dat is nog eens waar voor je geld. De 33rpm-versie is de originelemaar ik weet niet welke mijn favoriete is, of wordt. Hangt af van de bui denk ik. De tijd zal het leren.
Het is de eerste single van Jo Apps, en haar eerste release tout court. Hiervoor heeft ze alleen van zich laten horen als zangeres, op de albums Higgins Ultra Low Track Glue Funk Hits 1972 – 2006 van Venetian Snares, en Lycanthropy en Wind in the Wires van Patrick Wolf. Ze schijnt ook te deejayen, her en der.

2007
02.21

7-inch serie, deel 15

(Deel 14: hiero)
The Apemen – Invasion of The Apemen
label: Kogar
jaar: 1993
kant a 1: Bajjad
kant a 2: Crunch
kant b 1: Invasion of The Apemen
kant b 2: Cruisin’

The Apemen – El Tortura
label: Estrus
jaar: 1994
kant a: El Tortura
kant b: Percolator Stomp
  
Twee singeltjes van de Nederlandse band The Apemen, het enige plaatwerk dat ik van ze heb. Als ik de discografie van de jongens bekijk komen er weer veel herinneringen boven aan de tijd dat ik voor de Westfriese platendistributeur en zijn Spaanse dochter werkte. Ik heb ze gekocht in die periode, en vooral in Madrid hing ik veel in tenten rond waar de vuigere rock-’n-roll, surf en garage klonk, zoals min of meer beschreven in De trip.
Op deze singles zat Dave “El Porro”, die ik later zelf heb leren kennen, nog niet bij de groep. Surf was op dat moment überhip, maar The Apemen waren er al een tijdje mee bezig. En zoals dat altijd gaat, werden niet zij wereldberoemd in Nederland maar de Treble Spankers. Niet dat die niet goed waren, integendeel, maar de hoeveelheid faam was oneerlijk verdeeld, volgens henzelf vooral te wijten aan het feit dat ze uit Tilburg kwamen en niet uit Amsterdam. En dat terwijl ze minstens zo arrogant waren als bands uit de hoofdstad!
Het Estrussingeltje is mijn favoriet van deze twee, en dan vooral “El Tortura”, dat voor mij precies de juiste snelheid en sfeer heeft. Een beetje zoals de scène in Pulp Fiction (de film die surf zo überhip maakte) waarin Vincent Vega net een shotje van die fijne Mexicaanse topheroïne heeft genomen en in zijn drop top Caddie door Los Angeles glijdt (muziek: “Bullwinkle Part II” van The Centurians). Het geluid van de bong vind ik verrassend, want ik associeer surf helemaal niet met blowen. Ook niet met heroïne, trouwens, meer met speed. Ik bedoel, anders zou men toch wel “surf’s down” stamelen in plaats van “surf’s up!” te roepen. Of zeg ik nu iets geks? “El Porro”, de bijnaam van bassist Dave, betekent wel “de joint” in het Spaans, dus wellicht heb ik het verkeerd.
Overigens kom ik er nu dus achter dat ze vorige maand hun laatste concert hebben gespeeld. Hier in Beglië nog wel. Foto’s hiero.

2007
02.20

7-inch serie, deel 14

(Deel 13: hiero)
Marc Almond – Tears Run Rings
label: Parlophone
jaar: 1988
kant a: Tears Run Rings
kant b: Everything I Wanted Love to Be

Deze single brengt me terug naar de vrijdagavonden in ‘t Koetshuis in Etten-Leur, waar ik plaatjes draaide. Iedere vrijdagmiddag ging ik naar MU2000 om een zestal singeltjes te kopen die in de top40 stonden. Het was iedere week weer een innerlijke strijd tussen “wat zal het goed doen” en “wat vind ik leuk”. Nu was er niet zo gek veel keuze wat dat laatste betreft, het was tenslotte de top40. Maar soms zat er wel iets fatsoenlijks tussen de Rick Astleys en Samantha Foxes.
Zoals deze single van Marc Almond. In de top40, maar toch cool genoeg voor de “underground”liefhebbers zoals ikzelf. Hee, ik was achttien, geef me een pauze.
De b-kant vind ik dan weer behoorlijk slecht.
De video’s kan ik me helemaal niet herinneren. Ik vraag me af waarom er verschillende versies zijn gemaakt. Iemand?

2007
02.19

7-inch serie, deel 13

(Deel 12: hiero)
Drie voor de prijs van één! Ik heb besloten de singles in mijn collectie van dezelfde band in één aflevering te stoppen. Lange halen snel thuis, of zoiets.
    
The Afghan Whigs/Ass Ponys – Mr. Superlove/You My Flower
label: Mono Cat
jaar: 1990
kant a: The Afghan Whigs – Mr. Superlove
kant b: Ass Ponys – You My Flower
Splitsingles, heerlijk. En helemaal als de bands elkaars nummers spelen. The Afghan Whigs, en met name bandleider Greg Dulli, hebben een speciale voorliefde voor het coveren van andermans songs. Op de singeltjes en e.p.’s staan meestal wel een paar covers, en live was het ook altijd raak. Meestal gaat het om (verrassende) soulcovers, van The Supremes of Sam Cooke, bijvoorbeeld. Dulli doet dat ook met zijn huidige band The Twilight Singers. Zo staat op de vorig jaar uitgekomen e.p. A Stitch in Time een versie van “flashback” van Fat Freddy’s Drop, een ander favorietje van me.
Ik vind Greg Dulli geweldig. Ik had nog nooit van The Afghan Whigs gehoord toen ik ze begin jaren negentig in ‘t Patronaat in Haarlem zag. Ik was meegetroond door mijn radiomaatje Russell Porter, die er zelf was op uitnodiging van de promodame van de platendistributeur waar ik enkele jaren zelf voor zou gaan werken. Volgens mij waren er nog een aantal Sub Popbands, maar de Whigs zijn me als enige bijgebleven. Geweldig optreden, Greg Dulli was en is een zeer intense podiumpersoonlijkheid.
Ik heb ze daarna nog een paar keer gezien, en een paar maanden geleden ben ik met het meisje nog naar The Twilight Singers gaan kijken. Hij blijft goed, onze Greg, en dan heb je er Mark Lanegan vaak nog gratis bij.
The Afghan Whigs – Turn on the Water
label: Sub Pop
jaar: 1992
kant a: Turn on the Water
kant b: Miles Iz Ded
De a-kant staat ook op hun album Congregation, maar het is de b-kant waar ik van houd. “Miles Iz Ded” is de perfecte Afghan Whigssong, vol pathos, vette gitaren en Greg Dulli die de longen uit zijn lijf zingt, een tikje vals en daardoor zo mooi. Ooh, babeh. Gezellige videoclip erbij, ook.

The Afghan Whigs – Gentlemen
label: Blast First
jaar: 1993
kant a: Gentlemen
kant b: Mr. Superlove
Nog zo’n nummer dat het bandgeluid definieert. “Gentlemen” is het titelnummer van de vierde lp, de eerste op het major label Elektra. Het is ook mijn favoriete Whigsalbum, grijsgedraaid ten huize Lubacov, dat kan ik u vertellen.
De b-kant is dezelfde versie als op de splitsingle met Ass Ponys, wat dan wel weer jammer is.